Wiens taal lezen we eigenlijk? Meertaligheid in de literatuur

In de klas zit een verzameling sprekers: van thuistaal en straattaal tot dialect, Fries en standaardtaal. In de literatuur die we lezen zit precies diezelfde rijkdom. Toch behandelen we taal, letterkunde en communicatie meestal als gescheiden vakonderdelen. In deze lezing laat ik zien dat meertaligheid de natuurlijke verbinding tussen die drie is. Aan de hand van vijf aansprekende, recente teksten — van straattaal en Khalid Mourighs Denkend aan Hollands via het Fries en de poëzie van Dichter der Nederlanden Nisrine Mbarki tot de Librisbekroonde roman Oroppa — lees ik samen met de zaal hoe schrijvers met meertaligheid werken, en hoe je dat in de klas verbindt aan een gesprek over taal en identiteit. De voorbeelden lopen op van licht naar zwaar, zodat er voor elk niveau iets bruikbaars bij zit, of je nu in de bovenbouw van het vo of in het mbo lesgeeft. Ik geef ook concrete werkvormen mee die docenten direct kunnen gebruiken.

Leerdoelen
Na deze lezing kunt u als docent:
1) meertaligheid in een literaire tekst herkennen en benoemen (register, dialect, code-switching, een tweede taal) en die observatie inzetten als ingang voor tekstbegrip;
2) taalkunde, letterkunde en communicatie aan elkaar verbinden vanuit één literair fragment;
3) meertaligheid inzetten als gespreksopening over de relatie tussen taal en de eigen identiteit van leerlingen.

-
Wiens taal lezen we eigenlijk? Meertaligheid in de literatuur

Marc van Oostendorp (Rotterdam, 1967) is hoogleraar Nederlands en Academische Communicatie aan de Radboud Universiteit en lid van het Meesterschapsteam. Hij probeert de wetenschap dichter bij het onderwijs te brengen, en de taalwetenschap, de letterkunde en de communicatiewetenschap ook dichter bij elkaar.