(Post)koloniale stemmen in de klas: literatuur over Nederlands-Indië en Indonesië

Max Havelaar, De stille kracht, Oeroeg… romans uit en over het voormalige Nederlands-Indië zijn niet weg te denken uit het literatuuronderwijs. Ruim tachtig jaar na de Indonesische onafhankelijkheid staat de Nederlandse koloniale geschiedenis volop in de belangstelling. Nieuwe onderzoeken naar structureel geweld en daaropvolgende excuses hebben een ‘kolonialismedebat’ doen oplaaien, en talloze tentoonstellingen, documentaires, toneelstukken en romans brengen het koloniale verleden opnieuw onder de aandacht. Terwijl de belangstelling groeit, komt de historische werkelijkheid zelf steeds verder achter ons te liggen.

Marion Bloem, Feba Sukmana en Coen van ’t Veer gaan onder leiding van Goran Bouaziz in gesprek over de manier waarop we (post)koloniale literatuur over Nederlands-Indië vandaag de dag kunnen lezen en onderwijzen. Welke teksten hebben een plek gekregen in de canon en welke perspectieven blijven nog altijd onderbelicht? Hoe verhouden hedendaagse schrijvers zich tot koloniale erfenissen? En hoe kunnen docenten deze thema’s betekenisvol behandelen in de klas, zonder historische complexiteit of hedendaagse gevoeligheden uit het oog te verliezen?

Leerdoelen
Bij dit panelgesprek krijgt u nieuwe inzichten, concrete handvatten en inspirerende leestips om canonieke en onderbelichte stemmen uit de (post)koloniale literatuur over Nederlands-Indië op een betekenisvolle manier in het literatuuronderwijs te behandelen.

-
(Post)koloniale stemmen in de klas: literatuur over Nederlands-Indië en Indonesië

Marion Bloem is schrijver, dichter, filmmaker en beeldend kunstenaar. Haar debuutroman, Geen gewoon Indisch meisje (1983), werd een bestseller en groeide al snel uit tot een klassieker. In datzelfde jaar verscheen haar al even succesvolle documentaire Het land van mijn ouders, waarin ze haar familieverleden onderzoekt. De doorwerking van het Nederlands-Indische verleden speelt een centrale rol in veel van haar boeken, zoals Vaders van betekenis (1989), De honden van Slipi (1992), Een meisje van honderd (2012) en Indo. Een persoonlijke geschiedenis over identiteit (2020). Haar werk werd veelvuldig bekroond, onder meer met de Constantijn Huygensprijs voor haar gehele oeuvre.

Feba Sukmana is journalist, schrijver en letterkundige. Ze studeerde Nederlands aan de Universitas Indonesia en de Universiteit Leiden, en specialiseerde zich in postkoloniale literatuur. Samen met Lara Nuberg publiceerde ze De mooiste brieven van Kartini (2025), een selectie uit de correspondentie van deze invloedrijke feministe en nationale heldin van het moderne Indonesië.

Coen van ’t Veer is docent Nederlands op Sg. Spieringshoek in Schiedam en universitair docent aan de Universiteit Leiden. Hij is medesamensteller van de overzichtswerken De postkoloniale spiegel. De Nederlands-Indische letteren herlezen (2021) en Postkoloniale stemmen. Nederlands-Indische literatuur, 2010-2025 (2026), en redactielid van het tijdschrift Indische Letteren. Ook werkt hij aan een vakdidactiek voor koloniale literatuur in het voortgezet onderwijs.

Goran Bouaziz is docent moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Leiden en werkt aan een proefschrift over maatschappelijk geëngageerde toneelteksten uit de vroege twintigste eeuw. Hij is redactiesecretaris van het tijdschrift Indische Letteren en kandidaat-bestuurslid van het E. du Perrongenootschap.